‘Diezelfde vrienden hebben mij ook weer op het rechte pad gezet’

Gisteren kregen jullie het verhaal over de heftige jeugd van Peter. Maar vandaag gaan we daar dieper op in. Want wat er gebeurde nadat hij een dierenwinkel beroofde is minimaal net zo interessant.

Na twee weken in het huis van bewaring te hebben gezeten mocht Peter naar huis. ‘Maar er zat natuurlijk nog een langere rechtszaak aan te komen’, vertelt Peter terugdenkend aan die vreselijke tijd. Negen maanden later moest Peter voor de rechter verschijnen. ‘Inmiddels had ik een baan gevonden en een eigen huisje geregeld, waardoor ik me veel beter voelde en alles weer op de rit kreeg.’

De rechter veroordeelde Peter in eerste instantie tot een gevangenis- en een taakstraf. Maar in samenspraak met zijn advocaat besloot hij in hoger beroep te gaan. Hij had immers zijn leven weer een klein beetje op de rails. ‘De poging tot overval was al een tijd geleden en daarbij was mijn persoonlijke situatie verbeterd’. De hogere rechter zag dit wel in en Peter is er met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf vanaf gekomen.

Inmiddels heeft Peter de taakstaf uitgevoerd en staat hij onder toezicht van de reclassering. Daar moet hij eens in de zoveel tijd naartoe voor een gesprekje. Ze vragen hem dan hoe het met zijn leven staat en of hij nog steeds contact heeft met de vrienden waarmee hij toen die overval heeft gepleegd. ‘Natuurlijk lieg je dan een beetje, want ik heb nog steeds veel contact met die jongens’

‘Inmiddels woon ik weer thuis bij mijn moeder, ondanks dat de band met mijn moeder nog steeds slecht is. Constante ruzies, geschreeuw en gehuil, maar gelukkig kunnen we in een huis wonen. Dat is al een hele verbetering met 3 jaar geleden. Ik ben wel blij dat de band met mijn moeder iets is verbeterd, ook al heb ik in mijn jeugd weinig aan haar gehad.’

Tijdens het jong volwassen worden heeft Peter het meest aan zijn vrienden gehad. ‘Het klinkt misschien raar, maar dezelfde gasten die me op het verkeerde pad hebben gebracht, hebben mij ook weer op het rechte pad gebracht. Tuurlijk gebruik ik nog steeds wiet, want daar voel ik me lekker bij en het is gewoon een deel van mijn dag geworden. Ook zal ik nooit het lieverdje van de klas worden. Maar ik zie wel een rustige en stabielere toekomst voor mijzelf!’

Jeugdgevangenis

Als er 1 plek is waar je snel volwassen moet worden is het wel een jeugdgevangenis. Een cultuur waar je soms al op je 15’de volwassen moet zijn, omdat je anders gepest en geslagen word. Een wereld waar veel van ons niet bij stilstaan, maar die wel een harde werkelijkheid kent.

Natuurlijk probeerde ik voor jullie binnen te komen in een jeugdgevangenis en met jongeren te spreken. Maar hier wilde de jeugdgevangenissen niet aan mee werken, wat begrijpelijk is. Daarom spreken we met Meneer van der Vught, die 5 jaar lang heeft lesgegeven in de jeugdgevangenis in Amsterdam Zuid-Oost naast de A2.

Vught

Waarom zitten de jongeren daar meestal?
‘De grootste groep bestaat uit jongeren die roofovervallen hebben gepleegd. Daarnaast heb je er veel die een diefstal hebben gepleegd en veel die daar zitten voor moord. De laatste groep zijn de zedendelinquenten en verkrachters, maar deze jongens komen er nooit voor uit in de gevangenis. Want als je mede gevangene dat weten word je voor eeuwig vuil aangekeken en vaak in elkaar geslagen.’

Inmiddels werkt u alweer 5 jaar op een normale middelbare school, wat is het grootste verschil?
‘In een jeugdgevangenis ben je veel intenser bezig met die jongens en meiden. Terwijl ik hier gewoon mijn vak kan geven. Maar het grootste verschil is wat de jongeren in een jeugdgevangenis hebben meegemaakt, die ga ik in heel mijn leven niet meemaken. Terwijl zei die op hun 14’de al hebben meegemaakt, dat is soms heel schokkend. ‘

Zijn ze dan ook volwassener dan hun leeftijdsgenoten buiten de gevangenis?
‘Ja ze zijn al wel veel volwassener. Ze hebben een fase overgeslagen in hun ontwikkeling en dat zie je heel goed. Ze missen vertrouwen, afhankelijkheid. Ze zijn al heel gehard en denken alleen maar aan eigen gewin. ‘Als ik maar overleef’, nul empathie. Maar als je ze weet te raken en laat zien dat ze bij jou ook gewoon kind mogen zijn. Dan zie je dat er ook gewoon nog een heel klein jongetje of meisje inzit.’

Welke instanties helpen de jongeren daarbij?
‘Medische dienst, beroepswerkers, wat je maar kunt bedenken van Jeugdzorg zit er op. Die helpen de 220 kinderen in de jeugdgevangenis. ‘

Had u het gevoel dat u deze jongeren ook echt verder hielp?
‘Soms wel. Er was een meisje, die had een hele mooie brief geschreven. Waarin stond dat ze meer aan mij heeft gehad dan als haar ouders. Dat raakt me wel. Het gaf wel een kik, maar ook weer niet. Want dat hoort natuurlijk niet, het klopt gewoon niet. Heel tegenstrijdig. Na dat ik ze les heb gegeven hou ik dus ook geen contact met ze, dat is niet goed voor zowel hun als voor mij. ‘

Liep het ook wel eens uit de hand?
‘Ik ben een keer aangevallen door een meisje met een stoel tijdens de les. Die kon ik snel in de houtgreep nemen door mijn training die ik in het leger had gehad. Maar de dag later zat ze gewoon weer bij mij in de les hoor. Je kan die boos blijven op die kinderen. Ze hebben zo veel meegemaakt, als het bij hun knapt weten ze gewoon niet meer wat ze doen.

We hebben een pieper. Maar die gebruikte ik nooit. Omdat je als je gelijk naar je pieper grijpt, je het respect van die jongeren verliest.

Het enige moment dat ik echt bang was kwam pas later. Er was toen een meisje bij handarbeid, waar ze gewoon scharen en schroevendraaiers tot hun beschikking hebben, in mijn groep was geplaatst. Twee dagen later hoorde ik dat ze haar vorige handarbeid lerares had doodgestoken met een schaar, dat was wel flink schrikken. ‘